Zuid-Engeland / Zuidwest-Ierland (1993)

ZUID-ENGELAND / ZUIDWEST-IERLAND (Augustus/September 1993)

In augustus 1993 zijn we voor de derde keer met de tent en de ouders van Marjanne gaan kamperen in Groot-Brittannië. Dit keer in combinatie met Ierland. We hebben besloten eerst naar Engeland te gaan met de overtocht van Vlissingen naar Sheerness en dan door Engeland en Zuid-Wales te trekken om de Ierse zee over te steken vanaf Swansea naar Cork. Een aantrekkelijke combinatie aangezien beide veerboten op de heenweg 's nachts varen. Uiteraard weer in één auto, een vierdeurs Toyota Carina.

GBOxfordDe Olau-line is ons bekend. We hebben in 1990 ook de overtocht gemaakt met deze maatschappij. Nu heeft de reder nieuwe schepen ingezet, de nieuwe zusterschepen 'Hollandia' en 'Brittannia'. We overnachten in een vierpersoons buitenhut, voorzien van twee stapelbedden. De moderne geruisloze boot is van alle gemakken voorzien en zoals altijd tijdens de overtocht ervaar je dit als erg comfortabel. Na een rustige overtocht zijn we 's ochtends al vroeg in Engeland. We rijden langs London en komen in Windsor aan op een tijdstip dat er nog nauwelijks mensen op straat zijn. We gaan het beroemde kasteel niet binnen, het is overigens gesloten, maar lopen wat rond in de buurt van het kasteel. Het is een zeer groot complex met diverse gebouwen. In een hoek kun je nog zien dat er een half jaar eerder een grote brand heeft gewoed. Steigers en groene dekzeilen verraden de herstelwerkzaamheden. De gebouwen zijn oorspronkelijk gebouwd door de Noormannen en in latere eeuwen diverse malen verbouwd en uitgebreid. Heel mooi is het uitzicht op het kasteel vanuit de rechte weg die haaks op het kasteel uitkomt. Hierbij zie je goed hoe groot dit complex is. We hebben geluk met het weer en gaan als eerste tussenstop naar Oxford, de beroemde universiteitsstad. We zetten onze tenten op op een goede camping net buiten het centrum van Oxford.

De binnenstad van Oxford is één groot openluchtmuseum. De oude collegegebouwen, ieder gegroepeerd rondom een binnenplein heten 'quad' van 'quadrangle' (vierhoek). Sommige colleges kennen meerdere quad's. De colleges stammen uit verschillende periodes, er was hier tenslotte al een universiteit in de 12e eeuw(!). De binnenstad is sjiek en schoon en

veel gebouwen en lantaarnpalen zijn voorzien van hanging baskets. We maken een rondrit met een bus om een indruk te krijgen van de stad. Veel locaties herken je van de televisieserie Inspector Morse en er zijn zelfs Morse-routes. Tegenover het museum is het chique hotel The Randolph en we hebben zin om eens een echte high-tea in zo'n luxe hotel te nemen. Overmoedig stappen we naar binnen met onze korte broeken en bergschoenen en ploegen ons voort door de dikke wollen tapijten naar de immense fauteuils. Ondanks onze niet-passende kleding laat het bedienend personeel niets merken dat men dit niet op prijs stelt. Verder zitten er Engelse dames in bloemetjesjurken en strohoeden in de lounge. We laten ons de scones en ontkorste boterhammen heerlijk smaken en vertrekken weer. In de Highstreet zijn ook enkele terrassen, waarvan één zowaar op een kerkhof. Naast de gebouwen zijn de tuinen en parken erg goed onderhouden en beaccentueren de antieke architectuur. Oxford is erg de moeite van het bezoeken waard.

We gaan onderweg naar Swansea maar overnachten nog in Bath. Voordat we in Bath aankomen rijden we langs Avebury waar een enorme steencirkel staat. Het leuke van deze steencirkel is dat je er als toerist gewoon tussendoor kunt lopen. Bij deze steencirkel ontmoeten we nog een collega uit Nederland en gaan we eten in het vegetarische restaurant aldaar. Naast dit restaurant -met terras- is er nog een winkel van de National Trust met allerlei 'natuurproducten'. Avebury is ook zeker een bezoek waard. 's Middags komen we in Bath aan en zetten ook hier onze tent op op een goede camping net buiten de stad. Bath is bekend als Romeinse plaats en er zijn nog Romeinse badhuizen aanwezig. We maken een stadstoertocht met een half-open dubbeldekker om de stad te bekijken. De grote Brits--gothische kerk in het centrum heeft een typisch Britse vierkante toren met op elke hoek nog een klein torentje. Ook fraai is The Royal Crescent, een aaneengesloten rij grote herenhuizen in een halfronde cirkel, ruim tweehonderd jaar geleden gebouwd. Voor deze Royal Crescent ligt een enorm grasveld en wanneer je er afstand van neemt lijkt het wel een enorm paleis. We blijven hier slechts een halve dag en één nacht en de volgende dag gaan we de Servern roadbridge over en komen in Wales. We hebben voldoende tijd en rijden een eindje rond in Zuid-Wales in de buurt van Swansea. Een heuvelachtig gebied met erg veel hagen en smalle wegen. Op een gegeven moment komen we een enorme vrachtwagen tegen en moeten we vanwege de hagen enkele honderden meters achteruit rijden om deze door te laten gaan. Het zuiden van Wales is groen en heuvelachtig. Tegen de avond komen we in de stad aan. Het is een flinke moderne stad waar zowel toeristen als industrie op afkomt. Toeristen vanwege de flinke zandstranden in de buurt en industrie vanwege de bereikbaarheid over land en zee. Qua aantrekkelijkheid kan Swansea ons niet zo bekoren. We hebben een hotel opgezocht om een overnachting te boeken voor de dag dat we weer terugkomen uit Ierland. We eten nog wat in de stad en komen aan in de haven voor de inscheping. Geduldig sluiten we achteraan in de rij en wanneer we aan de beurt komen verdwijnt de stewart en komt pas vijf minuten later terug met de mededeling dat hij hèt heeft geregeld. We vragen ons af wat, en de man legt uit dat we een dag eerder hadden moeten oversteken. Wat hij geregeld heeft is dat we toch een vierpersoons hut krijgen en niets hoeven bij te betalen. Wat een service. We gaan aan boord van deze Griekse schuit en nemen onze intrek in de hut. De boot is een stuk minder luxe dan de Olau-boot, maar de hut is wel ruimer. De overtocht duurt tien uur, dus we gaan wat drinken en verdwijnen in de hut.

Ierland

GBIerl1Wanneer we opstaan varen we richting de haven van Cork, Cobh. Een mooi gezicht zijn de kleurige huizen tegen de heuvel met in het midden de kerk met een ranke toren. We gaan van boord en zoals gebruikelijk is Marjanne de kaartlezeres. Dit gaat altijd erg goed. In Ierland echter niet en na een uur zijn we nog geen kilometer verwijderd van de haven. Het blijkt dat alle plaatsnamen op elkaar lijken en met dezelfde klinkers starten. Bovendien zijn ze onuitspreekbaar en daarom is de schrijfwijze de normale houvast voor Marjanne, hetgeen nu niet werkt. Daarnaast is de bewegwijzering beroerd en op een niveau van de jaren dertig. Plaatsen worden in kilometers of mijlen aangegeven, afhankelijk van de leeftijd van het bordje op de richtingaanwijzer. Toeristische aanwijzingen concurreren met plaatsnamen en het formaat is minstens de helft van wat we in Nederland gewend zijn. Ook staan de aanwijzingen pas op de kruising. Een heel gedoe, maar na een paar uur is Marjanne eraan gewend. De wegen zijn smal en niet van al te beste kwaliteit. Gelukkig rijdt men er niet zo hard. We hebben op dat moment het idee om ergens in Dingle te gaan kamperen. Hemelsbreed is dit ongeveer 80 kilometer van Cork. Het is nog vroeg, dus we besluiten niet om rechtstreeks te rijden, maar langs de grillige kust. Ierland wordt wel eens het groene eiland genoemd, maar dat is ook werkelijk waar. Duizenden groentinten sieren de heuvels en het landschap. Dit betekent dus ook dat er veel vocht is en ook dat is het geval. Bij een tussenstop vermeldt een Ier ons dat vandaag de eerste dag in de zomer is waarop de zon schijnt. En dan te bedenken dat het al half augustus is. We rijden langs plaatsjes met namen als Skibbereen, Bantry en Kenmare.

We rijden ook door Kerry, een schiereiland met de meest uiteenlopende prachtige landschappen en vegetatie. We maken een tussenstop bij 'Moll's Gap' en zien het adembenemende 'Ladies view' en komen pas tegen de avond in de buurt van Dingle. In het drukke toeristenstadje Dingle zelf vinden we geen beschikbare camping en komen uit op een camping aan de Brandon Bay in de buurt van Castlegregory net achter de duinen. De camping is zeer eenvoudig en kent nogal wat kwelders, waardoor je goed moet uitkijken waar je de tent plaatst. De eigenaar en zijn vrouw runnen de camping. In het piepkleine receptiegebouwtje staan een enorme leunstoel voor pa en een paar pakken koffie en suiker, want het dient tevens als winkel. Het sanitair doet denken aan een onderkomen in een gemiddeld Oost-Afrikaans land. Wat gestapelde stenen, een enkele poging om iets van betegeling aan te brengen, wat golfplaten en roestige leidingen. Het is er bovendien smerig. Helemaal niks dus. De eigenaar is wel een grappig mannetje en we noemen hem al gauw Willy Wortel vanwege zijn onconventionele manier van doen. Zo heeft hij een maandverband-vermaalmachine ontwikkeld en een ingenieus drainagesysteem om het waterpeil op de camping op peil te houden. Hij heeft echter pech, want de dag voordat wij arriveren was er sprake van springvloed en al zijn buizen waren in het zand verdwenen. Met een tractor en een schop is hij de gehele dag bezig geweest alles weer in orde te maken.We besluiten niet te lang te blijven, gezien de kwaliteit van vooral het sanitair op de camping. Toch maken we vanaf deze camping nog een dagtocht naar de Cliffs of Moher en The Burren. 's Morgens vertrekken we richting Tralee, waar het erg druk is. Hier wordt jaarlijks een schone, aantrekkelijke en intelligente van Iers bloed voorziene dame verkozen die met de eretitel Rose of Tralee het leven voor één jaar verder kan. De voorbereidingen voor dit evenement zijn in volle gang, want het blijft niet beperkt tot een miss-verkiezing. Het hele stadje gonst dan van activiteiten. We gaan niet naar Limmerick, maar besluiten de pont te nemen bij Tarbert over "the mouth of the Shannon". Aangekomen bij de Cliffs, beklimmen Marjanne, Jan en ik deze, Diny achterlatend bij een stalletje waaruit melancholische Ierse folkmuziek klinkt. Het is een erg toeristische attractie. De kliffen zijn indrukwekkend, ongeveer tweehonderd meter hoog en recht uit zee.

GBMoherEen uitkijktoren als buitenhuisje is in 1835 door Cornelius O'Brien geplaatst aan de noordkant van de kliffen en van daaruit heb je een prachtig uitzicht over de kliffen. We gaan verder, nadat Diny een cassettebandje met Ierse folkmuziek heeft gekocht en komen aan in The Burren. De Burren oogt als een volstrekt verlaten grijs gebied en doet buitenaards aan. Er groeit niets, en is haast vlak. Oliver Cromwell typeerde dit gebied en zichzelf met: "Hier is geen boom om iemand op te hangen; geen water om hem te verdrinken; geen grond om iemand te begraven". Beroemd zijn de dolmen, grafmonumenten die lijken op onze hunnenbedden maar hoger en kleiner zijn, zodat ze op tafels lijken. Wanneer je vanuit het land de oceaan in kijkt zie je in de verte de Aran eilanden liggen die beroemd zijn om de beroemde grove breipatronen.

's Avonds gaan we eten in een restaurant in het achterland van de camping. Een drukbezochte pub waar een man zingt en zichzelf begeleidt met een trom. We willen er eten, maar dit gebeurt niet in de pub zelf, maar in een ruimte achter een tussendeur. De pub is typisch Iers, een beetje donker met een enorme open haard en lage krukjes. We kunnen pas om kwart over acht aan tafel en wanneer we door de tussendeur verdwijnen komen we in een geheel andere sfeer. Dikke rode wollen tapijten, sjiekgedekte tafels met dubbellinnen en prachtig porselein. Dit overtreft onze verwachtingen volledig. Het eten is er bovendien uitstekend. Je verwacht eigenlijk zoiets niet in de middle-of-nowhere.

GBIer2Op de vierde dag na aankomst hebben we wel weer zin in een goede douche en zoeken een kwaliteitscamping uit in Killarney. Daarvan heb je er niet zoveel van in Ierland, maar de camping waar we onze tenten opslaan is erg goed. Net buiten het stadje in de buurt van het meer van Killarney. Killarney ligt zeer centraal en is het gezellige centrum van het National Parc. Vanuit Killarney kun je allerlei dagtochten in en rond het National Parc ondernemen. We besluiten een tocht te maken met een paard door de Gap of Dunloe in de Macgillycuddy reeks. De ouders van Marjanne in een karretje en wij ieder op een flinke pony. Marjanne heeft de rit van haar leven, maar de pony van Rinus is tegen de verwachting in eigenwijs en zit qua besturing niet op dezelfde golflengte als Rinus. Het beest wordt achter de wagen gespannen en Rinus verdwijnt in de kar. Het is overigens een prachtige tocht. Na afloop drinken we een Irish Coffee in één van de uitspanningen aan het begin van de route.

Op een avond gaan we naar Killarney, naar het gezellige uitgaansleven en belanden in een drukke kroeg waar een band speelt. Het is er erg leuk en wanneer ze ontdekken dat we uit Nederland komen speelt de band 'tulpen uit Amsterdam'. Grappig is ook dat de band stopt wanneer iemand een pakje sigaretten uit de automaat wil hebben. Deze automaat hangt namelijk achter het podium. Om 12 uur wordt het volkslied gespeeld terwijl Rinus nog bezig is Guiness te bestellen, hetgeen dan niet de bedoeling is. Een zeer gemoedelijke sfeer heerst er waarbij de gasten voor ons zowel het bier als het geld van hand tot hand doorgeven tot alles is afgewerkt. De Ieren zijn erg spraakzaam en wanneer je waardering opbrengt voor hun land en dat toont, zijn ze niet te houden en ben je de hele avond met ze in gesprek. De verschillen met de Engelse kroegen zijn er ook. Hier komen hele gezinnen, dus ook kinderen, en de kroeg is officieel ook later gesloten. Wel hebben ze de vreemde gewoonte om na sluitingstijd de achterdeur open te houden, zodat het toch nog heel laat kan worden. De voorkant sluit men dan wel lichtdicht af. Met de taxi keren we 's nachts terug naar huis.

GBIer3We maken een tochtje naar het zuiden en belanden in de buurt van Muckross Abbey bij de Torq-waterval. De Muckross Abbey moet de moeite van het bezoeken waard zijn, maar we doen het niet. Wel klimmen we langs de indrukwekkende waterval omhoog. Boven de waterval hebben we een prachtig uitzicht over het meer van Killarney.

We komen in het kleurrijke plaatsje Sneem en eten daar een broodje met versgerookte zalm in een pastelgroen etenstentje, waarbij je de vingers bij opeet.

We besluiten een wandeltocht te maken door de Macgillycuddy reeks. Diny is niet erg lekker en blijft achter op de camping. Met de auto rijden we naar de voet van de bergen die toch rond de 1000 meter hoog zijn. We lopen door een groen mossig landschap met rotsen en keien en belanden bij een aantal bergmeertjes. Het is er absoluut niet druk; we komen er nauwelijks wandelaars tegen. De natuur is indrukwekkend en nauwelijks beïnvloedt door mensenhanden. Het is het toppunt van rust.

GBMurEen dag later maken we een ritje naar Beara, het zuidelijkste schiereiland. Onderweg komen we een piepklein bordje met 'waterfall' tegen. Eenmaal afgeslagen duurt het ruim een kwartier door prachtig landschap en op een zeer smal weggetje dat we aankomen bij de waterval. Op het weiland dat dienst doet als parkeerterrein staat één auto en wel een Nederlandse. Het oude boertje dat als parkeerwachter aan de rand van de waterval dienst doet roept ons toe dat onze buren er ook zijn. Het is een prachtig rustig stukje natuur met een hoge waterval. Het oude boertje wil ons ook nog wel één van de bergen verkopen wanneer we onder de indruk zijn van de pracht van deze knapen.

Aan de voet van de Healy-pas komen we in een stokoude kroeg en zien daar een zeer merkwaardige benzinepomp met een enorme bierreclame erop. Humor hebben ze wel, die Ieren. We drinken hier wat en vervolgen onze weg op de slingerende pas met mooie vergezichten.Beara is armer dan Kerry, maar ook erg mooi. De zee speelt hier wel een belangrijkere rol. Onderweg houden kuddes overstekende schapen ons op.

De voorlaatste dag breken we op en vertrekken we naar de provincie Cork. In het plaatsje Kinsale vinden we onderdak in Kieran's Inn in een kleurig smal straatje. De oude Inn is voorzien van moderne kamers met moderne faciliteiten en draagt de subtitel Folk House. Vanuit de pub kun je duik- en vistochten ondernemen en er is elke avond live-muziek. We winkelen in het leuke centrum van het bedrijvige havenstadje en eten in de Inn. Opvallend is dat we een serveerster twee keer langs onze tafel het terras zien verlaten en met een boodschap zien terugkeren, terwijl wij wachten op onze Irish Coffee. Het blijkt dat de room die in de Irish Coffee zou moeten komen telkens schift. De kok die het zijn eer te na vindt om 'doorlopende' Irish Coffee uit te schenken, stuurt daarom de serveerster tot twee keer toe naar de melkboer om goede room te halen. Na de derde keer geeft hij het op en met excuses serveert zij de ietwat doorlopende Irish Coffee, die daarom echter niet minder smaakt. 's Avonds speelt er een duo, een fiddle en een gitaar en het is erg gezellig. We rekenen af en de volgende ochtend staat er een waterkoker en een geïmproviseerd ontbijt klaar op de gang. Langs de achterdeur verlaten we het pand en gaan op weg naar de boot in Cobh, die 's ochtends rond tienen vertrekt. We verlaten het zonnige Ierland met al heimwee voordat we een voet zetten op de boot.

Engeland

We komen aan in Swansea en zoeken het hotel op waar we hebben geboekt. Het is de bedoeling dat we 's avonds bij het diner een pak met stropdas dragen, maar helaas die hebben we niet bij ons. Daar doet de leiding echter niet moeilijk over en zetten ons in een donkere hoek. Het eten is matig en de wijn die we willen bestellen is niet voorradig. We gaan op tijd naar bed en de volgende ochtend vroeg zwemmen wij in het binnenzwembad van het hotel. We vertrekken uit Wales met de bedoeling nog enkele dagen in Zuid-Engeland te bivakkeren aan de kust. In een paar uur rijden we via de snelweg naar Bristol waar we uitkomen in het plaatsje Pevensey Bay in de buurt van Eastbourne. Het is een merkwaardige camping met eenvoudig sanitair, maar wel met ligbaden. We bezoeken de stad Eastbourne, een stad van vergane glorie en het decor van een Miss Marple-detective van Agatha Christie. Er is een pier en een groot aantal Georgiaanse en Victoriaanse huizen. Er is een monumentale muziekkiosk aan het strand en de bezoekers zitten in strandstoelen te luisteren naar een orkest. Je waant je echt een eeuw eerder. De boulevard is aangekleed met prachtige kleurige bloemperken en honden mogen niet loslopen om hun behoefte te doen, behoudens blindengeleidehonden volgens een aanwijsbord. Er loopt een klein toeristen-spoorlijntje langs de kust, waarmee we zijn meegegaan. In het achterland zijn op de heuvels mensen- en dierenfiguren afgetekend. We gaan naar Dover en zien daar de werkzaamheden aan de tunnel op een afstand en kunnen Frankrijk zien liggen. We bezoeken ook Canterbury met zijn prachtige kathedraal en binnenstad en dan zit onze vakantie er alweer op.

We vertrekken naar Sheerness en de volgende dag rijden we weer rechts en op Nederlandse bodem. Vooral Ierland heeft erg veel indruk gemaakt, vanwege de vriendelijke mensen en de overweldigende natuur. Een echte aanrader.




Reizensite Marjanne & Rinus Krijnen

Dongen

Alle rechten voorbehouden